Is mijn kind autistisch? Tekenen waar u op moet letten bij de ontwikkeling en hoe u moet handelen
Snel lezen: kernpunten van het artikel
- Wat is ASS: Een neurologische ontwikkelingsstoornis die de communicatie, socialisatie en gedrag beïnvloedt en zich over een breed spectrum manifesteert.
- Veel voorkomende waarschuwingssignalen: Spraakvertraging, weinig oogcontact, moeite met interactie met andere kinderen, repetitieve bewegingen en sensorische gevoeligheid.
- Wie moet je zoeken: Kinderarts, neuropediater, psycholoog, logopedist, ergotherapeut en onderwijspsycholoog.
- Wat te doen bij vermoeden: Zoek vroeg naar gespecialiseerd onderzoek, zonder te wachten tot de tijd verstrijkt, en pas de routine van het kind aan om meer voorspelbaarheid te bieden.
Dit is een vraag die veel ouders en voogden zichzelf wel eens stellen: “Is mijn kind autistisch?”. Soms ontstaat er twijfel omdat het kind iets langer nodig heeft om te spreken. In andere situaties lijkt het erop dat ze het liefst alleen speelt, direct oogcontact vermijdt, overmatig ongemak vertoont bij alledaagse geluiden of crises presenteert die moeilijk te begrijpen zijn. Het komt ook vaak voor dat een waarschuwing afkomstig is van school, familie of het sociale leven.
Allereerst is het essentieel om deze twijfel rustig te aanvaarden. Vraag jezelf af over de ontwikkeling van het kind van uw kind betekent niet dat u het kind een etiket moet geven, noch dat u naar “problemen” moet zoeken waar deze niet bestaan. Integendeel: observeren, kwaliteitsinformatie zoeken en professionele begeleiding zoeken zijn diepgaande houdingen van zorg en genegenheid.
Wat is een autismespectrumstoornis (ASS)?
O Autismespectrumstoornis (ASS) Het is een neurologische ontwikkelingsstoornis. Dit betekent dat het de manier beïnvloedt waarop kinderen de wereld waarnemen, communiceren, interacteren, leren en hun dagelijkse ervaringen organiseren.
Autisme heet “spectrum” juist omdat het niet bij iedereen op dezelfde manier voorkomt:
- Er zijn autistische kinderen die gemakkelijk verbaal communiceren, terwijl anderen non-verbale vormen gebruiken of nog steeds mondelinge spraak ontwikkelen.
- Sommigen hebben meer behoefte aan ondersteuning in hun dagelijkse routine.
- Anderen kunnen een verscheidenheid aan academische activiteiten bijhouden, maar worden geconfronteerd met sociale, zintuiglijke of emotionele uitdagingen die niet altijd op het eerste gezicht zichtbaar zijn.
De diagnose ASS is klinisch en moet worden gesteld door gespecialiseerde professionals, zoals neuropediaters, kinderpsychiaters, psychologen, logopedisten, ergotherapeuten en een multidisciplinair team. Het voorstel hier is om het gezin te helpen waarschuwingssignalen te identificeren, te weten wanneer ze hulp moeten zoeken en hoe ze zich gastvrij en verantwoordelijk moeten gedragen.
Waar moet je op letten bij de ontwikkeling van het kind? (Waarschuwingssignalen)
Hoewel elk kind zijn eigen groeitempo heeft, zijn er ontwikkelingsmijlpalen die als referentie dienen. In het geval van autisme betreffen de symptomen over het algemeen drie hoofdgebieden:
1. Verbale en non-verbale communicatie
- Spraakvertraging: De tijd nemen om de eerste woorden uit te spreken of stoppen met het spreken van woorden die je al beheerst (regressie).
- Moeilijk te beantwoorden: Reageert niet wanneer bij naam wordt geroepen (het lijkt soms alsof u niets hoort, hoewel horen normaal is).
- Beperkte gebaren: Moeite met aanwijzen wat je wilt, afscheid nemen, een kus sturen of je hoofd "ja" of "nee" schudden. Vaak pakt het kind de hand van de volwassene en leidt deze naar het gewenste object in plaats van te wijzen.
- Ecolalia: Het herhalen van individuele zinnen, liedjes of hele regels uit tekenfilms uit hun context. Deze herhaling heeft vaak een functie van zelfregulering of communicatiepoging.
- Beperkte gedeelde aandacht: Zelden kijken waar de volwassene naar wijst of interesse delen in een voorwerp of speelgoed.
2. Sociale interactie
- Voorkeur voor isolatie: Systematisch alleen spelen, weinig interesse tonen of moeite hebben met de omgang met andere kinderen van dezelfde leeftijd.
- Moeilijkheden bij symbolisch spel: Weinig of geen interesse in 'doen alsof'-spelletjes (zoals doen alsof je een pop te eten geeft of dat een blok een auto is).
- Atypisch oogcontact: Vermijd of behoud direct oogcontact gedurende een zeer korte tijd.
- Eigen emotionele expressie: Het lijkt erop dat u de gezichtsuitdrukkingen of gevoelens van anderen niet opmerkt (zoals huilen of frustratie van een collega). Opmerking: dit weerspiegelt niet een gebrek aan genegenheid. Veel kinderen in het spectrum zijn buitengewoon aanhankelijk met hun familieleden en uiten hun gehechtheid op unieke manieren.
3. Herhaaldelijk gedrag en beperkte interesses
- Stereotiepe bewegingen: Met het lichaam schommelen, met de handen wapperen, op de tenen lopen, voorwerpen draaien of speelgoed obsessief uitlijnen in plaats van er op een functionele manier mee te spelen.
- Hyperfocus: Zeer intense en exclusieve interesse in specifieke thema’s (zoals cijfers, letters, dinosaurussen, metrosystemen, kaarten of onderdelen van speelgoed).
- Routinematige stijfheid: Groot lijden of emotionele desorganisatie bij kleine veranderingen in de routine (zoals het veranderen van de route naar school, het verwisselen van het bord of het veranderen van de volgorde van de wasbeurten). Voorspelbaarheid brengt veiligheid voor het autistische kind.
Zintuiglijke problemen bij ASS
Veel autistische kinderen verwerken zintuiglijke prikkels op een andere manier (overgevoeligheid of ondergevoeligheid):
- Overgevoeligheid: Ernstig ongemak bij alledaagse geluiden (blender, haardroger, vuurwerk), weigering van bepaalde kleding vanwege labels of texturen, of extreme voedselselectiviteit op basis van de textuur, kleur of geur van voedsel.
- Hypogevoeligheid (zintuiglijk zoeken): Voortdurende behoefte aan fysieke stimulatie, zoals doelloos rennen, springen, om de eigen as draaien, stevig in voorwerpen knijpen of non-foodproducten in de mond stoppen.
Deze reacties zijn geen "bedrog", "koelheid" of een gebrek aan grenzen. Dit is een echte neurologische reactie op een omgeving die door de hersenen van het kind als vijandig of verwarrend wordt ervaren.
Mijn zoon vertoont enkele van deze symptomen. Is hij autistisch?
Niet noodzakelijkerwijs. Eén enkel geïsoleerd teken bevestigt geen autisme. Spraakvertraging kan bijvoorbeeld in verband worden gebracht met andere ontwikkelings- of auditieve verwerkingsproblemen.
De doorslaggevende factor om op te merken is de frequentie, de intensiteit en de impact Dit gedrag heeft een negatieve invloed op de autonomie van het kind:
- Maken ze het leren of de communicatie moeilijk?
- Schaden ze de socialisatie en de schoolaanpassing?
- Veroorzaken ze lijden of veroorzaken ze vaak desorganisatie?
Als dit gedrag de routine van het kind en het gezin beïnvloedt, wordt een professionele evaluatie ten zeerste aanbevolen. De school is ook een geweldige partner: kijk of leraren soortgelijk gedrag of interactieproblemen in de collectieve omgeving melden.
Hoe te handelen bij vermoedens?
De belangrijkste stap is gedraag je gastvrij en zoek gespecialiseerde hulp:
- Schrijf je observaties op een praktische manier op: Wanneer u naar de kinderarts gaat, maak dan rapporten van echte situaties: "Hij maakt geen oogcontact tijdens het voeren/spelen", "Reageert meestal niet bij naam", "Het wordt erg ongeorganiseerd door de stofzuigergeluiden".
- Zoek een multidisciplinaire beoordeling: Het raadplegen van neuropediaters en professionele therapeuten (psycholoog, logopedist, ergotherapeut) garandeert een globale beoordeling van de ontwikkeling.
- Structureer uw routine thuis: Breng voorspelbaarheid in de routine met behulp van visuele ondersteuning (grafieken met afbeeldingen van de activiteiten van de dag) en anticipeer op overgangen: "Laten we nu de blokken opruimen, dan is het badtijd".
- Moedig communicatie aan met respect voor de tijd van het kind: Als ze nog steeds niet spreekt, moedig dan de communicatie aan door middel van gebaren en uitdrukkingen en valideer haar communicatieve bedoelingen. Houd bij het spelen rekening met haar interesse (als ze auto's op een rij zet, naast haar gaat zitten en luchtig meedoet, zonder meteen strikte regels op te leggen).
De rol van psychopedagogiek bij monitoring
O psychopedagoog speelt een fundamentele rol in zowel het beoordelingsproces als de voortdurende ondersteuning van kinderen met ASS. De professional richt zich op hoe het kind leert en zich ontwikkelt:
- Identificeert mogelijkheden en barrières: Onderzoekt cognitieve vaardigheden en leerproblemen, en traceert gepersonaliseerde paden voor academische en sociale ontwikkeling.
- Schoolbemiddeling: Begeleidt de school bij het ontwikkelen van noodzakelijke curriculaire aanpassingen (zoals vereenvoudigde visuele instructies, het segmenteren van lange taken, het aanpassen van beoordelingen en het creëren van zintuiglijke pauzes).
- Partnerschap met de familie: Het biedt praktische strategieën voor het dagelijks leven thuis, bevordert de autonomie en stimuleert op een speelse manier de executieve functies van het kind.
Referenties en theoretische basis
- AMERIKAANSE PSYCHIATRISCHE VERENIGING (APA). Diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen: DSM-5-TR. Porto Alegre: Artmed, 2023.
- BOSSA, Nadia A. Psychopedagogie in Brazilië: bijdragen uit de praktijk. 4e druk. Rio de Janeiro: Wak Editora, 2011.
- KLIN, Ami. Autisme bij kinderen: nieuwe trends en interventies. Porto Alegre: Artmed, 2006.